Uitspraak
mr. M.G. Coutinhote Amsterdam,
. G.J.A. Wiekartte Amsterdam.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak stond de betaling van een bedrag door appellant aan de Vereniging van Eigenaren (VVE) centraal. Het hof had op 4 juni 2013 een arrest gewezen waarin appellant veroordeeld werd tot betaling van €4.761,39 aan de VVE. Na dit arrest stelde de advocaat van de VVE dat het hof een kennelijke fout had gemaakt omdat het niet had meegewogen dat het vonnis in eerste aanleg van 2 november 2011 was gecorrigeerd op 23 november 2011, waarbij het toegewezen bedrag was verhoogd van €9.288,39 naar €11.350,77.
Het hof erkende deze fout en stelde vast dat het arrest van 4 juni 2013 appellant onterecht had veroordeeld tot een lager bedrag dan het juiste saldo. De juiste betalingsverplichting van appellant aan de VVE bedroeg €6.823,77, zijnde het gecorrigeerde bedrag minus reeds toegewezen bedragen. Omdat het hier een kennelijke vergissing betrof die eenvoudig te herstellen was volgens artikel 31 Rv Pro, besloot het hof het arrest te verbeteren.
Het arrest van 22 oktober 2013 corrigeert het eerdere arrest door het betalingsbedrag te verhogen en bevestigt dat appellant dit bedrag, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 28 februari 2011, aan de VVE moet voldoen. Deze uitspraak bevestigt de rechtsgeldigheid van de correctie van het vonnis in eerste aanleg en zorgt voor een juiste financiële afwikkeling tussen partijen.
Uitkomst: Het arrest van 4 juni 2013 wordt hersteld door appellant te veroordelen tot betaling van €6.823,77 aan de VVE, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 28 februari 2011.