Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.De feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Standpunten van partijen
5.Relevante teksten van de GN en ITA
6.De overwegingen van de rechtbank
7.Beoordeling van het geschil
.
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende voerde in hoger beroep aan dat bepaalde multimediaprodukten, die bestanden opslaan en afspelen, ingedeeld moesten worden onder douanetariefpost 8471 7050 (hardeschijfeenheden). De inspecteur stelde dat de apparaten hoofdzakelijk videoweergaveapparaten zijn en onder post 8521 vallen.
Het hof stelde vast dat de apparaten naast opslag ook bestanden kunnen decoderen en converteren naar een tv-signaal, en dat de weergavefunctie voor de consument de hoofdfunctie is. De dataopslag is een bijkomende functie. Dit volgt uit objectieve kenmerken, handleidingen en handelsbenaming.
Het beroep op de Information Technology Agreement (ITA) om de producten onbelast te houden faalde omdat niet was aangetoond dat de producten onder de ITA vallen. Ook het beroep op redelijkheid en billijkheid en het vertrouwensbeginsel werd verworpen vanwege de directe werking van het Unierecht en het ontbreken van vergissingen door de douane.
Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank dat de producten onder tariefpost 8521 vallen en wees het hoger beroep af. Kosten werden niet aan de wederpartij opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de apparaten worden ingedeeld onder douanetariefpost 8521.