De man en vrouw zijn in 1976 in Marokko gehuwd en hebben drie kinderen. Hun huwelijk is in Nederland ontbonden en ook in Marokko is een echtscheiding uitgesproken waarbij de man diverse onderhoudsverplichtingen kreeg opgelegd volgens Marokkaans recht. De man verzocht in Nederland om een verklaring voor recht dat hij niet over de draagkracht beschikt om deze onderhoudsbijdragen te voldoen.
Het hof oordeelt dat de man voldoende belang heeft bij dit verzoek, ondanks de twijfel over de erkenning van deze verklaring in Marokko. De man ontvangt een WAO/WIA-uitkering en zijn financiële situatie is zodanig dat hij niet kan bijdragen aan het levensonderhoud van de vrouw en de studiekosten van hun jongste kind volgens Nederlandse maatstaven.
Het hof verklaart de man niet-ontvankelijk voor het hoger beroep betreffende de twee oudste kinderen, omdat daarover al een onherroepelijke beschikking bestaat. De verklaring voor recht wordt afgegeven met de kanttekening dat deze kan komen te vervallen bij wijziging van omstandigheden of onjuiste gegevens. Het verzoek van de man wordt verder afgewezen.