ECLI:NL:GHAMS:2013:4201
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. van Haeringen
- M.F.G.H. Beckers
- A.A. van Berge
- Rechtspraak.nl
Ontheffing van het gezag over minderjarige wegens ongeschiktheid moeder
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die haar onthef van het gezag over haar minderjarige kind, dat sinds jonge leeftijd onder toezicht staat en uit huis geplaatst is. De minderjarige verblijft in gesloten jeugdzorg en heeft ernstige gedragsproblemen en een reactieve hechtingsstoornis.
Het hof heeft vastgesteld dat de moeder ongeschikt en onmachtig is om te voorzien in de specifieke zorg en opvoeding die het kind nodig heeft. De langdurige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing, de problematiek van het kind en het ontbreken van een veilig perspectief op terugkeer naar huis, maken dat het belang van het kind zwaarder weegt dan dat van de moeder.
Hoewel de moeder en het kind de wens uiten tot terugkeer, acht het hof dit niet realistisch. De voormalige pleegmoeder is bereid de zorg op zich te nemen en het kind is aan haar gehecht. Het hof bekrachtigt daarom de beschikking tot ontheffing van het gezag en benoemt BJZ tot voogd, waarbij de band tussen moeder en kind blijft bestaan, maar het gezag wordt ontnomen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontheffing van het gezag van de moeder over de minderjarige en benoemt BJZ tot voogd.