Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 1993 gehuwd en hebben twee kinderen. Na ontbinding van het huwelijk is bij beschikking van de rechtbank Alkmaar een kinderalimentatie vastgesteld van €157 per kind per maand. De man is in hoger beroep gekomen tegen een verhoging van deze bijdrage naar €300 per kind per maand vanaf 2009.
Het hof heeft de behoefte van de kinderen vastgesteld op basis van het gezinsinkomen in 2003, waarbij de maandelijkse behoefte is geïndexeerd tot bedragen tussen €744 en €778. De zorgregeling is beoordeeld, waarbij het hof uitgaat van een verdeling van de weekenden gelijkelijk tussen partijen, waardoor de kinderen overwegend bij de vrouw verblijven.
De draagkracht van de man is berekend aan de hand van zijn gemiddelde winst uit onderneming over de jaren 2009 tot en met 2012, waarbij de dotatie oudedagsreserve in mindering is gebracht maar overige reserveringen niet zijn erkend. De woonlasten zijn eveneens betrokken bij de draagkrachtberekening.
Het hof heeft de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen vastgesteld op €255 per kind per maand in 2009, €270 in 2010, €255 in 2011 en €250 in 2012. Tevens is geoordeeld dat de vrouw een terugbetalingsverplichting heeft voor teveel ontvangen alimentatie, maar de hoogte daarvan is niet vastgesteld wegens gebrek aan inzicht en omdat het een executiegeschil betreft.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt aangepast en vastgesteld op bedragen tussen €250 en €270 per kind per maand voor 2009-2012, met vernietiging van de eerdere beschikking.