ECLI:NL:GHAMS:2013:4265
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.R. Sturhoofd
- M. Wigleven
- B.F.P. Lhoëst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verblijf en gezagsregeling na overlijden ouder met eenhoofdig gezag
In deze zaak stond het verzoek van de vader centraal om de hoofdverblijfplaats van zijn minderjarige kind bij hem te bepalen en om samen met de voogdes het gezag te verkrijgen na het overlijden van de moeder, die eenhoofdig gezag had. Het hof verwees naar eerder gedane beschikkingen en een deskundigenonderzoek in de vorm van forensische mediation.
Uit het deskundigenbericht bleek dat de minderjarige een hechte band heeft met de voogdes en zich veilig voelt bij haar, terwijl hij angst heeft dat de vader hem zal weghalen. De vader had de omgangsregeling tijdelijk stopgezet na een incident. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde het verzoek van de vader af te wijzen, mede vanwege het risico dat het kind klem kan raken tussen de voogdes en de vader.
Het hof oordeelde dat het belang van het kind gediend is met continuïteit en veiligheid bij de voogdes en wees het verzoek van de vader om de hoofdverblijfplaats te wijzigen af. Ook het verzoek om gezag toe te kennen, alleen of samen met de voogdes, werd afgewezen vanwege de gespannen relatie tussen de ouders en het risico op verwaarlozing van het belang van het kind. Het hof benadrukte het belang van een goede omgangsregeling en communicatie tussen vader en voogdes ten behoeve van het kind.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader af en bekrachtigt de hoofdverblijfplaats bij de voogdes en het bestaande gezag.