Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.de naamloze vennootschap Europeesche Verzekering Maatschappij N.V.,
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
Algemene verplichtingen van de verzekerde
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak vordert appellant vergoeding van medische kosten die hij maakte tijdens een ziekenhuisopname in het AMC, gedekt onder een Insurance Passport for Students (IPS). De verzekeraar en gevolmachtigde verzetten zich tegen de vordering wegens schending van de wettelijke en contractuele meldingsplicht.
De kantonrechter wees de vordering af omdat appellant niet tijdig en volledig de schadegebeurtenis had gemeld, zoals vereist in de polisvoorwaarden. Appellant stelde dat hij binnen drie maanden melding had gemaakt, maar dit kon niet worden bewezen. Ook had hij niet binnen een week na opname contact opgenomen met SOS International, zoals de polis voorschrijft.
Het hof bevestigt dat appellant niet voldeed aan de meldingsplicht en onvoldoende informatie gaf over de toedracht van het incident en de behandeling. Hierdoor konden de verzekeraars hun belangen niet adequaat onderzoeken. Op grond van de polisvoorwaarden en relevante wetsartikelen is de schade-uitkering terecht geweigerd.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt appellant in de proceskosten van hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering van appellant af wegens niet-naleving van de meldingsplicht.