Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de vrouwis het volgende gebleken.
de manis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 1997 gehuwd en hebben een minderjarige uit dit huwelijk. Na ontbinding van het huwelijk is bij beschikking in 2001 een alimentatiebijdrage vastgesteld die later door de rechtbank met terugwerkende kracht tot 2007 op nihil werd gesteld. De vrouw ging hiertegen in hoger beroep omdat de man onvoldoende openheid van zaken gaf over zijn financiële situatie.
Het hof onderzocht de financiële situatie van de man, waarbij bleek dat hij meerdere onroerende goederen bezit, waarvan sommige vrij van hypotheek zijn. De man gaf onvoldoende inzicht in de waarde en huurinkomsten van deze panden, ondanks gemotiveerde betwisting door de vrouw. Diverse inconsistenties in fiscale rapporten en het ontbreken van verificerende stukken versterkten het oordeel dat de man onvoldoende transparantie bood.
Het hof oordeelde dat het risico van onvoldoende inzicht in de financiële situatie voor rekening van de man komt. Daarom gaat het hof ervan uit dat de man voldoende draagkracht heeft om de alimentatiebijdrage over de periode van 1 januari 2007 tot 1 juli 2012 te voldoen. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en de bijdrage wordt met ingang van 1 juli 2012 op nihil gesteld, de datum waarop de minderjarige bij de man is komen wonen.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat de man de alimentatiebijdrage over 1 januari 2007 tot 1 juli 2012 moet voldoen en stelt de bijdrage vanaf 1 juli 2012 op nihil.