ECLI:NL:GHAMS:2013:4740
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.N. van de Beek
- A. van Haeringen
- W.K. van Duren
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij verzoek vervangende toestemming paspoort minderjarige met verblijf in buitenland
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam op 12 november 2013 uitspraak gedaan over de bevoegdheid van de Nederlandse rechter in een verzoek tot vervangende toestemming voor het afgeven van een paspoort aan een minderjarige die zijn gewone verblijfplaats in de Dominicaanse Republiek heeft.
De man, appellant, verzocht de rechter om vervangende toestemming te verlenen tot afgifte van een paspoort aan zijn dochter, die naast de Nederlandse ook de Dominicaanse nationaliteit bezit en bij haar grootmoeder in de Dominicaanse Republiek woont. De rechtbank Noord-Holland had zich onbevoegd verklaard omdat de gewone verblijfplaats van het kind niet in Nederland is en er geen uitzonderlijk geval was dat de Nederlandse rechter rechtsmacht zou geven.
Het hof bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de rechtbank de juiste maatstaf had toegepast. De man had onvoldoende onderbouwd dat een procedure in de Dominicaanse Republiek onmogelijk was, zodat ook artikel 9 sub b Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering geen rechtsmacht aan de Nederlandse rechter gaf. Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de rechtbank en verklaarde zich onbevoegd kennis te nemen van het verzoek.
Uitkomst: De Nederlandse rechter is onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek tot vervangende toestemming voor afgifte van een paspoort aan de minderjarige met verblijfplaats in de Dominicaanse Republiek.