Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn gescheiden en hebben drie minderjarige kinderen die bij de vrouw wonen. De man is directeur en enig aandeelhouder van een B.V. waarvan de omzet in 2012 aanzienlijk daalde door de economische crisis. Hierdoor daalde ook zijn salaris sterk. De vrouw vordert dat de man zijn onderhoudsverplichting nakomt door in te teren op privévermogen of gelden te onttrekken aan de B.V.
Het hof stelt vast dat het bedrijfsresultaat van de B.V. negatief is en dat de liquide middelen niet toereikend zijn om extra onttrekkingen verantwoord te achten, mede vanwege een pensioenaanspraak en oplopende rekening-courantschuld. Ook het privévermogen van de man is onvoldoende om verdere onttrekkingen te rechtvaardigen. De vrouw kon haar stellingen omtrent luxe uitgaven niet onderbouwen.
Daarom oordeelt het hof dat van de man niet kan worden verlangd dat hij verder inteert op zijn privévermogen of B.V.-vermogen. De draagkracht wordt berekend op basis van het huidige inkomen van de man. Het hof bekrachtigt de eerdere beschikking die de onderhoudsbijdrage vanaf 1 juni 2012 op nihil stelt en wijst het hoger beroep van de vrouw af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking dat de man vanaf 1 juni 2012 geen bijdrage hoeft te betalen wegens onvoldoende draagkracht.