ECLI:NL:GHAMS:2013:4762
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.N. van de Beek
- A. van Haeringen
- W.K. van Duren
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep tegen plaatsing kinderen in specifiek pleeggezin
De (stief)ouders zijn in hoger beroep gekomen tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van hun kinderen bij een specifiek pleeggezin. De kinderen zijn sinds 2011 in verschillende pleeggezinnen geplaatst en verblijven sinds oktober 2011 bij de pleegouders. De ouders stellen dat het vertrouwen in de pleegouders ernstig is geschaad vanwege een verdenking van seksueel misbruik die uiteindelijk ongegrond bleek, waardoor de omgang tussen ouders en kinderen is verstoord.
BJZ en de Raad voor de Kinderbescherming stellen dat het in het belang van de kinderen is dat zij in het huidige pleeggezin blijven, waar zij zich positief ontwikkelen. De pleegouders tonen bereidheid tot samenwerking en begeleiding van de omgang. Het hof oordeelt dat de (stief)ouders ontvankelijk zijn in het hoger beroep omdat de plaatsing in een specifiek pleeggezin aan de orde is.
Gelet op de belaste voorgeschiedenis en persoonlijke problematiek van de kinderen, waaronder ADHD en sociaal-emotionele problemen, acht het hof het niet in hun belang om de plaatsing te beëindigen. Het verzoek tot overplaatsing wordt afgewezen en de beschikking wordt bekrachtigd. Het hof benadrukt het belang van samenwerking tussen ouders en pleegouders voor het herstel van vertrouwen en het welzijn van de kinderen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot overplaatsing van de kinderen naar een ander pleeggezin af en bekrachtigt de bestreden beschikking.