Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 2007 gehuwd en hebben twee kinderen. Na ontbinding van het huwelijk in 2013 is de hoofdverblijfplaats van de kinderen aanvankelijk bij de vader vastgesteld. De moeder ging in hoger beroep en verzocht de hoofdverblijfplaats bij haar vast te stellen, met een aangepaste zorg- en omgangsregeling en kinderalimentatie.
Het hof heeft vastgesteld dat de kinderen feitelijk al enige tijd bij de moeder verblijven en dit ook wensen. Gelet op het belang van de kinderen is de hoofdverblijfplaats met ingang van heden bij de moeder vastgesteld, zonder terugwerkende kracht. De zorg- en opvoedingstaken zijn zo verdeeld dat de kinderen één weekend per veertien dagen bij de vader verblijven en [kind b] daarnaast de helft van de overige dagen, met een flexibele omgang en een gelijke verdeling van lange schoolvakanties.
De kinderalimentatie is vastgesteld op €230 per maand voor [kind a] en €175 per maand voor [kind b], gebaseerd op het netto besteedbaar inkomen van de vader en rekening houdend met de zorgkorting. De moeder ontvangt een aanvullende uitkering en is niet in staat bij te dragen. Het hof benadrukt het belang van goede communicatie en samenwerking tussen ouders ten behoeve van de kinderen.
Uitkomst: Hoofdverblijfplaats van de kinderen wordt bij de moeder vastgesteld, met aangepaste zorgverdeling en kinderalimentatie.