Uitspraak
1.de naamloze vennootschap RABOHYPOTHEEKBANK N.V.,
COÖPERATIEVE RABOBANK VALLEI EN RIJN U.A.,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak gaat het om de vraag of Rabobank het ontruimingsbeding uit de hypotheekakte kan inroepen nu de woningen worden verkocht door de curator na het faillissement van [appellant]. [Appellant] is eigenaar van twee woningen die zijn belast met een hypotheek van Rabobank, met een ontruimingsbeding. Na zijn faillissement heeft de curator de woningen willen verkopen.
[Appellant] vordert dat Rabobank wordt verboden de woningen te ontruimen, stellende dat het ontruimingsbeding niet kan worden ingeroepen omdat de curator verkoopt en dat het beding onredelijk bezwarend is. Het hof oordeelt dat de verkoop door de curator in opdracht van Rabobank moet worden beschouwd als een vorm van executie door de hypotheekhouder, waardoor het ontruimingsbeding van toepassing blijft.
Het hof verwerpt tevens het beroep op vernietiging van het beding wegens onredelijkheid, aangezien het een wettelijk gesanctioneerd beding betreft dat het evenwicht tussen partijen niet onaanvaardbaar verstoort. Verder wijst het hof het verweer af dat bindende afspraken tussen partijen het inroepen van het beding zouden blokkeren. Ook het beroep op een noodsituatie vanwege ontruiming wordt verworpen.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en bevestigt dat het ontruimingsbeding ook geldt bij verkoop door de curator, waardoor ontruiming door Rabobank gerechtvaardigd is.