Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 2000 gehuwd en gescheiden in 2005, met twee minderjarige kinderen die bij de vrouw verblijven. De man is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking die zijn kinderalimentatie vanaf 1 januari 2010 verlaagde tot €100 per maand.
Het hof beoordeelde de ingangsdatum van de alimentatiewijziging en oordeelde dat deze niet eerder dan 1 januari 2012 kan gelden, omdat de vrouw pas toen voor het eerst werd verzocht mee te werken aan een verlaging. De draagkracht van de man werd berekend op basis van zijn inkomen, woonlasten en gezinssituatie, waarbij rekening werd gehouden met zijn samenwoning met een partner en twee kinderen uit die relatie.
Het hof verwierp de door de man aangevoerde bijzondere omstandigheden om volledige woonlasten toe te rekenen en geen bijstandsnorm voor alleenstaanden te hanteren. Ook werden schulden die niet uit het huwelijk stammen niet in mindering gebracht op zijn draagkracht. De kinderalimentatie werd vastgesteld op €68 per maand vanaf 1 januari 2012 en €182 per maand vanaf 1 maart 2013, met behoud van reeds betaalde bedragen. De beschikking werd deels vernietigd en deels bekrachtigd.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt vanaf 1 januari 2012 vastgesteld op €68 per maand en vanaf 1 maart 2013 op €182 per maand, met behoud van reeds betaalde bedragen.