Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
€ 67.350,-- en een op naam van [appellante] ter hoogte van € 67.565,--.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak staat de aansprakelijkheid van belastingadvieskantoor Jongejan & Partners jegens [appellante] centraal. [Appellante] en haar overleden echtgenoot hadden een onderneming die zij staakten en ontvingen een vergoeding die zij fiscaal gunstig wilden aanwenden. Op advies van Jongejan & Partners richtten zij een stamrecht-bv op, wat achteraf onjuist bleek.
De Belastingdienst stelde dat er geen stamrechtovereenkomst was en dat de stamrechtverplichting vrijviel, wat leidde tot navorderingsaanslagen. [Appellante] stelt dat Jongejan & Partners ook heeft nagelaten haar te adviseren over de mogelijkheid een herinvesteringsreserve te vormen volgens art. 3.64 Wet IB 2001, wat belastingvoordeel had kunnen opleveren.
Het hof erkent dat het advies tot oprichting van de stamrecht-bv onjuist was en dat Jongejan & Partners daarvoor aansprakelijk is voor de kosten die daarmee gemoeid waren. De discussie over het tijdstip waarop Jongejan & Partners van de onjuistheid wist, is irrelevant voor de reeds toegekende schadevergoeding. Het hof verwijst de zaak terug voor nadere onderbouwing van de schade die voortvloeit uit het nalaten van advies over de herinvesteringsreserve, waarbij partijen de standpunten en bewijsstukken moeten overleggen.
Het hof wijst erop dat onzekerheid over de schadevergoeding kan worden meegenomen door de goede en kwade kansen tegen elkaar af te wegen. De zaak wordt aangehouden en verwezen naar de rol voor verdere processtukken.
Uitkomst: Het hof bevestigt aansprakelijkheid voor onjuist stamrecht-bv advies en verwijst de zaak terug voor nadere schadevaststelling over het nalaten van advies over herinvesteringsreserve.