Uitspraak
mr. P.P.J.M. Bruenste Groningen,
mr. W.A.M. Rupertte Rotterdam.
Gerechtshof Amsterdam
Appellant, werkzaam als grafisch ontwerper en handelend onder Studio [appellant], verzocht Atradius om verwijdering van zijn persoonsgegevens uit hun database. Atradius verwerkt stamgegevens van appellant voor kredietwaardigheidsbeoordelingen van debiteuren. De rechtbank wees het verzoek af, stellende dat het bedrijfsbelang van Atradius zwaarder woog dan het privacybelang van appellant.
In hoger beroep oordeelt het hof dat de persoonsgegevens van appellant als bedoeld in artikel 1 sub a Wbp Pro worden verwerkt en dat het privacybelang van appellant zwaarder weegt dan het bedrijfsbelang van Atradius. Het hof stelt dat Atradius onvoldoende heeft aangetoond waarom het noodzakelijk is deze stamgegevens te verwerken, aangezien deze gegevens digitaal bij de Kamer van Koophandel opvraagbaar zijn en geen inzicht geven in kredietwaardigheid.
Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en beveelt Atradius om binnen vier weken de persoonsgegevens van appellant te verwijderen, onder dreiging van een eenmalige dwangsom van € 5.000,-. Tevens wordt Atradius veroordeeld in de proceskosten van beide instanties. Het hof wijst het verzoek om periodiek vervallende dwangsommen af en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof beveelt Atradius tot verwijdering van de persoonsgegevens van appellant binnen vier weken onder dreiging van een dwangsom.