ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ4576
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Ingelse
- G.C. Makkink
- M.P. Nieuwe Weme
- E.R. Bunt
- P.R. Baart
- Rechtspraak.nl
Ondernemingskamer wijst beroep ondernemingsraad tegen sluiting kolencentrale BS12 af
De ondernemingsraad van N.V. Elektriciteits Produktiemaatschappij Zuid-Nederland (EPZ) stelde beroep in tegen het besluit van EPZ om de kolencentrale BS12 uiterlijk per 1 januari 2016 te sluiten en vroeg onder meer intrekking van het besluit en een verbod op uitvoering.
Het geschil betrof de rechtmatigheid en redelijkheid van het besluit, waarbij de ondernemingsraad onder meer stelde dat het besluit prematuur was, in strijd met het convenant en de aandeelhoudersovereenkomst, en dat uitvoering zou leiden tot een self fulfilling prophecy. Ook werden formele bezwaren aangevoerd over het adviesproces en de motivering.
De Ondernemingskamer oordeelde dat EPZ terecht rekening hield met de onrendabele situatie van BS12 en de afhankelijkheid van haar aandeelhouders, en dat het besluit niet voortijdig was genomen. Hoewel EPZ tekort was geschoten in het naleven van haar adviesplicht door onvoldoende rekening te houden met het convenant en de verwachtingen van de ondernemingsraad, woog dit niet zwaarder dan het streven om de centrale zo lang mogelijk open te houden.
De overige bezwaren werden verworpen, waaronder het bezwaar dat het besluit onvoldoende gemotiveerd of onduidelijk zou zijn. De Ondernemingskamer concludeerde dat EPZ in redelijkheid tot haar besluit kon komen en wees het verzoek van de ondernemingsraad af.
Uitkomst: Het beroep van de ondernemingsraad wordt afgewezen en het besluit tot sluiting van BS12 uiterlijk per 1 januari 2016 blijft in stand.