ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ4709
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- B.A. van Brummelen
- E.M. Vrouwenvelder
- D.B. Bijl
- Rechtspraak.nl
Bevestiging UTB wegens onjuiste goederencode invoer bulgurtarwe
Belanghebbende heeft in de periode 2004-2005 aangiften ten invoer gedaan voor harde tarwe, terwijl de inspecteur na onderzoek en monstername heeft vastgesteld dat het in werkelijkheid ging om bulgurtarwe. De inspecteur legde een UTB op wegens onjuiste goederencode en verhoogde douanerechten.
De rechtbank had de UTB verminderd, maar het hof bevestigt de UTB na uitgebreid bewijs van de inspecteur, waaronder monsteronderzoeken, handelsdocumenten en correspondentie met Turkse autoriteiten. Het hof oordeelt dat de inspecteur de bewijslast heeft voldaan en dat belanghebbende geen overtuigend tegenbewijs heeft geleverd.
Het hof verwierp ook het beroep op schending van het verdedigingsbeginsel, omdat belanghebbende voldoende gelegenheid had om zich te verweren. Verder werd het beroep op artikel 220 lid 2 onder Pro b CDW verworpen, omdat geen sprake was van een vergissing van de douaneautoriteiten die tot navordering zou moeten leiden.
Ook andere bezwaren van belanghebbende, zoals het gebruik van EUR-1 certificaten in plaats van A.TR-certificaten en het fair playbeginsel, werden afgewezen. Het hof bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de UTB en verklaart het hoger beroep ongegrond.