ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ5040
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over opzegging arbeidsovereenkomst tijdens ziekte en toepassing uitzondering op opzegverbod
De zaak betreft een hoger beroep tegen een vonnis van de kantonrechter Haarlem over de opzegging van een arbeidsovereenkomst tijdens ziekte. De werknemer was arbeidsongeschikt geworden na een ongeval op 4 juni 2009. De werkgever had op 25 mei 2009 een ontslagaanvraag ingediend bij UWV, waarna later een tweede aanvraag volgde die het hof als een voortzetting van de eerste beschouwt.
Het geschil draait om de vraag of het opzegverbod van artikel 7:670 lid 1 BW Pro van toepassing is, dan wel dat de uitzondering van lid 1 onder b geldt. Het hof oordeelt dat de uitzondering geldt omdat de eerste ontslagaanvraag vóór het ontstaan van de arbeidsongeschiktheid is ontvangen door UWV. De tweede ontslagaanvraag wordt als een administratieve formaliteit gezien.
De werknemer vordert daarnaast schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag en andere vergoedingen. Het hof wijst deze vorderingen af omdat de werkgever voldoende bedrijfseconomische noodzaak heeft aangetoond en de werknemer onvoldoende heeft onderbouwd dat het ontslag onrechtmatig of kennelijk onredelijk was.
Wel wordt de vordering tot betaling van vakantiegeld toegewezen. Verder wijst het hof vorderingen af die zien op het verstrekken van salarisstroken en pensioenpremies, omdat deze reeds zijn voldaan of onvoldoende onderbouwd zijn. Het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.
Uitkomst: De opzegging is rechtsgeldig vanwege de uitzondering op het opzegverbod; vakantiegeld wordt toegewezen, overige vorderingen afgewezen.