ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ5632
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep poging tot moord met brandstichting en wapengebruik
Op 24 december 2010 heeft de verdachte te Castricum geprobeerd het slachtoffer met voorbedachten rade van het leven te beroven door hem met een vuurwapen te beschieten en de auto waarin het slachtoffer zat in brand te steken. Het slachtoffer raakte door vier kogels in het lichaam gewond en liep brandwonden op.
De verdediging stelde dat de verklaringen van het slachtoffer en zijn broer onbetrouwbaar waren vanwege een mogelijk crimineel financieel conflict en pleitte vrijspraak voor het in brand steken. Het hof oordeelde echter dat de verklaringen, ondanks behoedzaamheid, voldoende betrouwbaar waren en dat het technisch bewijs de brandstichting door de verdachte bevestigde.
De verdachte voerde aan dat hij slechts op het onderlichaam had geschoten zonder opzet op de dood en dat er geen sprake was van voorbedachte raad. Het hof verwierp deze verweren en stelde vast dat de verdachte zich voldoende had kunnen beraden. Gelet op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is gepleegd en eerdere veroordelingen, legde het hof een gevangenisstraf van 15 jaar op. De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf voor poging tot moord met brandstichting en wapengebruik.