ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ5636
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging moord en veroordeling voor voorhanden hebben vuurwapen
Op 24 december 2010 vond een schietincident plaats waarbij het slachtoffer werd beschoten en de auto in brand werd gestoken. Verdachte werd beschuldigd van medeplegen van poging tot moord en het voorhanden hebben van een vuurwapen met munitie. De verklaringen van het slachtoffer vormden het belangrijkste bewijs, maar waren inconsistent en werden met terughoudendheid beoordeeld.
De verdachte ontkende betrokkenheid bij de poging tot moord en verklaarde zich passief te hebben opgesteld tijdens het incident. Medeverdachten bevestigden dit beeld. Het hof oordeelde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was om medeplegen aan te nemen en sprak verdachte vrij van de poging tot moord.
Voor het voorhanden hebben van een geladen pistool en munitie op 28 december 2010 te Beverwijk werd verdachte wel veroordeeld. Gezien de ernst van het feit en zijn eerdere veroordelingen legde het hof een gevangenisstraf van 18 maanden op, aanzienlijk hoger dan de LOVS-richtlijn van 3 maanden.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid. Het in beslag genomen voertuig werd teruggegeven aan de rechtmatige eigenaar. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank Haarlem en deed zelf recht.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van poging moord en veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf voor het voorhanden hebben van een geladen pistool met munitie.