ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ5637
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte poging moord wegens onvoldoende bewijs ondanks belastende verklaringen slachtoffer
Op 24 december 2010 vond een ernstig geweldsincident plaats waarbij het slachtoffer werd beschoten en zijn auto in brand werd gestoken. Verdachte werd ervan beschuldigd samen met anderen het slachtoffer te hebben proberen te doden. De belangrijkste bewijslast bestond uit verklaringen van het slachtoffer, die echter inconsistent waren en mogelijk gemotiveerd door andere belangen dan de waarheid.
De verdachte ontkende elke betrokkenheid bij het misdrijf en stelde dat hij zich passief had opgesteld tijdens de gebeurtenissen. Medeverdachten bevestigden dit beeld. Het hof concludeerde dat er onvoldoende aanvullend bewijs was dat de verdachte actief had deelgenomen aan de poging tot moord of het in brand steken van de auto.
Het hof oordeelde dat de verklaringen van het slachtoffer met uiterste behoedzaamheid moesten worden beoordeeld vanwege mogelijke belangenverstrengeling en onvolledige openheid over de achtergrond van het conflict. Gezien het ontbreken van concreet bewijs werd de verdachte vrijgesproken van de tenlastegelegde poging tot moord.
Daarnaast werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering omdat deze niet tijdig in eerste aanleg was ingediend. De vordering van het openbaar ministerie tot strafvervolging werd afgewezen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van poging moord wegens onvoldoende bewijs.