ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ5646
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.C. Meijer
- W.H.F.M. Cortenraad
- M.W.E. Koopmann
- Rechtspraak.nl
Erfdienstbaarheid van weg per voertuig verjaard, erfdienstbaarheid te voet blijft bestaan
In deze zaak stond de vraag centraal of de erfdienstbaarheid van weg per voertuig tussen twee percelen was verjaard. De appellant vorderde onder meer het verwijderen van belemmeringen op de oprit en een verbod voor de geïntimeerden om het perceel anders dan ten behoeve van overpad te betreden. De geïntimeerden stelden dat het gebruik van de oprit met voertuigen niet mogelijk was en dat de erfdienstbaarheid daarom was verjaard.
Het hof stelde vast dat appellant in een gerechtelijke erkentenis had verklaard dat het niet mogelijk was met een auto door de oprit te rijden sinds hij in 1993 eigenaar werd. Getuigenverklaringen bevestigden dat vanaf ongeveer 1981 tot 1993 de oprit met voertuigen niet te gebruiken was vanwege belemmeringen zoals begroeiing en een heg. Dit leidde tot het oordeel dat de erfdienstbaarheid van weg per voertuig was verjaard op grond van artikel 3:106 BW Pro.
De erfdienstbaarheid van weg te voet bleef echter bestaan omdat appellant daar een redelijk belang bij heeft, ook al is er een alternatief om te lopen. De vorderingen van appellant tot verwijdering van de heg en het opleggen van een dwangsom werden afgewezen. Het hof bekrachtigde de bestreden vonnissen en veroordeelde appellant in de proceskosten van het principaal appel, terwijl geïntimeerden de kosten van het incidenteel appel moesten dragen.
Uitkomst: De erfdienstbaarheid van weg per voertuig is verjaard, de erfdienstbaarheid van weg te voet blijft bestaan.