ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ5730
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.C.C. Lewin
- W.J. Noordhuizen
- M.W.E. Koopmann
- Rechtspraak.nl
Vereniging van Eigenaren machtigt aanpassing balkonkast en beoordeelt huishoudelijk reglement
In deze civiele zaak stond centraal de vraag of de Vereniging van Eigenaren (VVE) het recht heeft om een balkonkast van een appartementseigenaar aan te passen omdat deze zichtbaar is vanaf de openbare ruimte en daarmee het uiterlijk van het gebouw beïnvloedt.
De eigenaar had een kast geplaatst die boven de balkonbalustrade uitstak, wat in strijd was met het huishoudelijk reglement van de VVE. De kantonrechter had de VVE gemachtigd tot aanpassing van de kast, en dit besluit werd in hoger beroep bevestigd. Tevens werd vastgesteld dat het reglement van splitsing ruimte laat voor dergelijke bepalingen in het huishoudelijk reglement en dat het belang van het uiterlijk van het gebouw zwaarder weegt dan het individuele gebruiksrecht van de eigenaar.
Daarnaast behandelde het hof geschillen over de geldigheid van besluiten van de VVE betreffende de jaarrekening, dechargeverlening aan de administrateur en wijzigingen in het huishoudelijk reglement. Het hof oordeelde dat de meeste besluiten niet nietig of vernietigbaar zijn, behalve dat een wijziging van de betalingstermijn in het huishoudelijk reglement van veertien naar zeven dagen niet rechtsgeldig is.
De eigenaar werd veroordeeld in de proceskosten van beide hoger beroepen, en het hof bekrachtigde en vernietigde de bestreden beschikkingen waar nodig.
Uitkomst: Het hof bevestigt de machtiging tot aanpassing van de balkonkast en verklaart de wijziging van de betalingstermijn in het huishoudelijk reglement nietig.