ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ7383
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Visser
- J.H. Huijzer
- N. van Lingen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake verzet hypotheekhouder tegen executie appartementsrecht door VvE
In deze zaak gaat het om het verzet van een hypotheekhouder tegen de executie van een appartementsrecht door een Vereniging van Eigenaars (VvE). De hypotheekhouder had een geldlening verstrekt en een hypotheek op het appartementsrecht. De VvE had een vonnis verkregen tegen de eigenaar wegens onbetaalde bijdragen en legde beslag tot executie. De hypotheekhouder weigerde de executie over te nemen en verzette zich tegen de executie.
De voorzieningenrechter had de executie in kort geding geschorst, maar het hof oordeelt dat de hypotheekhouder als derde partij zowel de executant als de geëxecuteerde had moeten dagvaarden. Dit is in eerste aanleg verzuimd, maar in hoger beroep is dit alsnog toegestaan. Het hof stelt dat er geen sprake is van misbruik van executiebevoegdheid door de VvE, ondanks de relatief kleine vordering.
Het hof overweegt dat de VvE belang heeft bij de executie, onder meer omdat de veilingkoper de achterstallige bijdragen moet voldoen en de VvE wordt bevrijd van een lid dat weigert te betalen. Hoewel de hypotheekhouder schade kan lijden doordat de executieopbrengst lager is dan de lening, is dit onvoldoende voor misbruik. Ook het argument dat de wettelijke rangorde wordt doorbroken, wordt verworpen omdat de hypotheekhouder de executie had kunnen overnemen.
Het hof vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de vorderingen van de hypotheekhouder af. De hypotheekhouder wordt veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof wijst het verzet van de hypotheekhouder tegen de executie af en veroordeelt haar in de proceskosten.