ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ8567
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- M.P. van Achterberg
- E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Beëindiging kredietrelatie en onaanvaardbaarheid boeterente rentevaste leningen
In deze civiele zaak staat de beëindiging van een kredietrelatie tussen appellanten en ING Bank centraal. Appellanten, bestaande uit drie besloten vennootschappen, kregen vanaf 1997 kredietfaciliteiten van ING Bank, waaronder rentevaste leningen. ING Bank zegde in 2009 de kredietfaciliteit op en eiste vervroegde aflossing met een boeterente van ruim €122.000.
Appellanten stelden dat de beëindiging onrechtmatig was en dat ING Bank haar zorgplicht had geschonden. Het hof stelde vast dat ING Bank onvoldoende rekening had gehouden met de belangen van appellanten, ondanks dat er sprake was van enkele tekortkomingen zoals te hoge onttrekkingen en late aanlevering van kwartaalcijfers. De zekerheden waren ruim en ING Bank liep geen reëel kredietrisico.
Het hof oordeelde dat de beëindiging van de rentevaste leningen en de daarmee samenhangende boeterente onaanvaardbaar was naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd, de vordering van ING Bank afgewezen en ING Bank veroordeeld tot terugbetaling van reeds betaalde bedragen met rente en kosten.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat ING Bank ten onrechte de rentevaste leningen heeft beëindigd en veroordeelt ING Bank tot terugbetaling van de boeterente van ruim €122.000 met wettelijke rente en kosten.