ECLI:NL:GHAMS:2013:CA1836
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. van Haeringen
- C.G. Kleene-Eijk
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over onderhoudsverplichting na echtscheiding en draagkracht man
Partijen zijn in hoger beroep over de onderhoudsverplichting van de man jegens de vrouw na hun echtscheiding. De man stelt dat de vrouw samenwoont met een ander als waren zij gehuwd, waardoor zijn onderhoudsverplichting zou zijn geëindigd. Het hof oordeelt dat de man onvoldoende bewijs heeft geleverd dat sprake is van een duurzame, affectieve relatie met gezamenlijke huishouding, en wijst dit verzoek af.
De man betwist ook de behoefte van de vrouw aan de uitkering en zijn draagkracht om deze te betalen. Het hof overweegt dat de vrouw een uitkering van €3.000 per vier weken vraagt, passend bij de levensstandaard tijdens het huwelijk. Ondanks dat de vrouw na het uiteengaan geringe inkomsten heeft, ziet het hof geen reden deze in mindering te brengen.
De man voert aan dat hij geen inkomen of vermogen heeft en schulden heeft, maar het hof vindt dat hij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij zijn vermogen is kwijtgeraakt. De man heeft aangifte gedaan van oplichting en een aanvraag voor WSNP gedaan, maar bewijs ontbreekt dat hij daadwerkelijk hulp heeft ontvangen. Het hof concludeert dat de man draagkracht heeft en bekrachtigt de bestreden beschikking.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking dat de man een uitkering van €3.000 per vier weken aan de vrouw moet betalen tot levensonderhoud.