ECLI:NL:GHAMS:2013:CA2282
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P.C. Römer
- F.W.J. den Ottolander
- I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak opzet invoer cocaïne, veroordeling voor bezit en invoer
In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Haarlem vernietigd en een nieuwe beslissing genomen. De verdachte werd ervan beschuldigd op of omstreeks 25 juli 2010 ongeveer 1887,8 gram cocaïne in Nederland te hebben ingevoerd. Het hof oordeelde dat het niet bewezen was dat de verdachte opzettelijk deze hoeveelheid cocaïne heeft ingevoerd, met name ontbrak het bewijs dat zij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat de koffers cocaïne bevatten.
Wel achtte het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 25 juli 2010 te Schiphol ongeveer 1196 gram cocaïne binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht. Het overige ten laste gelegde werd niet bewezen verklaard. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde werd bevestigd, evenals de strafbaarheid van de verdachte zelf.
De rechtbank had een gevangenisstraf van 22 maanden opgelegd, maar het hof stelde de straf vast op zes maanden hechtenis, mede gelet op het ontbreken van eerdere veroordelingen van de verdachte. De tijd van voorarrest wordt in mindering gebracht. Daarnaast beveelt het hof de teruggave van in beslag genomen geldbiljetten aan de verdachte.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 26 april 2013.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van opzet op invoer, veroordeeld tot zes maanden hechtenis voor invoer van circa 1196 gram cocaïne.