ECLI:NL:GHAMS:2013:CA3067
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Driessen-Poortvliet
- C.G. Kleene-Eijk
- A.R. Sturhoofd
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afrekening na beëindiging samenlevingsovereenkomst en verdeling gemeenschappelijk vermogen
Partijen hadden een langdurige affectieve relatie met een samenlevingsovereenkomst sinds 2001, die in 2008 werd beëindigd. Zij bezaten gezamenlijk een woning en andere goederen. De rechtbank had bepaald dat de woning moest worden verkocht en de opbrengst verdeeld, waarbij de man een bedrag van €56.678,02 uit de overwaarde toekwam, en dat de vrouw de man €4.500 moest betalen voor de Ford Ka.
In hoger beroep stelde de vrouw dat de afrekening moest plaatsvinden alsof zij gehuwd waren in gemeenschap van goederen, vanwege de gezamenlijke onderneming, vermenging van geldstromen en gezamenlijke huishouding. Het hof oordeelde dat het samenlevingscontract uitgangspunt is en dat geen gemeenschap van goederen bestond. De vrouw kon onvoldoende aantonen dat de man zijn bijdrage aan de huishouding had verzwegen of ongerechtvaardigd was verrijkt.
Het hof vernietigde het vonnis voor zover de man uit de overwaarde van de woning een bedrag toekwam, oordeelde dat de netto verkoopopbrengst gelijkelijk moest worden verdeeld omdat de aflossingen op de hypotheek door de man als natuurlijke verbintenis waren gedaan. De man werd veroordeeld tot betaling van €60.000 aan de vrouw, onder meer wegens onbetaalde schadevergoeding en verrekening van gelden. Overige vorderingen, zoals gebruiksvergoeding voor de woning en vergoeding voor inboedel, werden afgewezen. De proceskosten werden door partijen zelf gedragen.
Uitkomst: Het hof vernietigt delen van het vonnis rechtbank, veroordeelt de man tot betaling van €60.000 aan de vrouw en wijst overige vorderingen af.