ECLI:NL:GHAMS:2014:1046
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen verjaringseis bij vernietiging effectenleaseovereenkomst
In deze zaak staat de vernietiging van effectenleaseovereenkomsten centraal, waarbij de echtgenoot van de wederpartij de nietigheid heeft ingeroepen op grond van het ontbreken van schriftelijke toestemming zoals vereist in artikel 1:89 BW Pro. Dexia betoogde dat de vordering tot vernietiging was verjaard, waarbij de kantonrechter een bewijsvermoeden aannam dat de echtgenoot bekend was met de overeenkomst omdat betalingen vanaf een en/of-rekening werden gedaan. De wederpartij mocht tegenbewijs leveren en slaagde daarin met getuigenverklaringen.
Het hof bevestigde dat de leaseovereenkomsten als koop- of afbetalingsovereenkomsten moeten worden aangemerkt en dat de vernietigingstermijn van drie jaar ingaat vanaf het moment dat de echtgenoot daadwerkelijk bekend werd met de overeenkomst. Dexia kon niet overtuigend aantonen dat deze bekendheid eerder bestond dan drie jaar voor de vernietigingsbrief.
Daarom verwierp het hof de grieven van Dexia, bekrachtigde het het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde Dexia in de proceskosten. Het incidenteel hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak bevestigt het belang van schriftelijke toestemming en de strikte toepassing van verjaring bij vernietiging van dergelijke overeenkomsten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vordering tot vernietiging van de effectenleaseovereenkomst toe.