Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
4.Beslissing
1 april 2014.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak staat de nietigheid van door Dexia gesloten leaseovereenkomsten centraal, waarbij de echtgenote van de wederpartij de vernietiging heeft ingeroepen wegens het ontbreken van haar schriftelijke toestemming. Dexia stelde zich op het standpunt dat de vordering tot vernietiging was verjaard, omdat de echtgenote al langer dan drie jaar op de hoogte zou zijn geweest van de overeenkomsten.
De kantonrechter had een bewijsvermoeden aan Dexia toegekend op grond van betalingen vanaf een en/of-rekening, maar dit vermoeden werd door de getuigenverklaringen weerlegd. Het hof bevestigt deze beoordeling en oordeelt dat Dexia onvoldoende heeft gesteld om aan te tonen dat de echtgenote eerder dan drie jaar voor de vernietigingsbrief bekend was met de leaseovereenkomsten.
Daarmee is de rechtsvordering tot vernietiging tijdig ingesteld en is het vonnis van de kantonrechter dat de leaseovereenkomsten nietig zijn, bekrachtigd. Dexia wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de leaseovereenkomsten nietig zijn wegens ontbreken van schriftelijke toestemming en wijst de grieven van Dexia af.