ECLI:NL:GHAMS:2014:1370
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat alle kosten van vervoer tot douanewaarde behoren inclusief expediteursfactuur
Belanghebbende, een douane-expediteur, voerde hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Haarlem waarin werd vastgesteld dat de vervoerskosten die door de expediteur aan de opdrachtgever in rekening zijn gebracht, tot de douanewaarde van de ingevoerde goederen behoren. De inspecteur had een uitnodiging tot betaling (UTB) opgelegd wegens te weinig afgedragen douanerechten, gebaseerd op een controle na invoer (cni).
De rechtbank had geoordeeld dat de vervoerskosten, waaronder zeevervoer en bijkomende kosten zoals Bunker Adjustment Factor (BAF) en Currency Adjustment Factor (CAF), terecht waren meegenomen in de douanewaarde. Belanghebbende stelde dat de expediteurskosten niet als vervoerskosten mochten worden gerekend omdat zij ook winstopslagen bevatten, maar dit werd door het hof verworpen.
Het hof benadrukte dat op grond van artikel 32 van Pro het Communautair douanewetboek (CDW) alle hoofd- en nevenkosten die verband houden met het vervoer tot de douanewaarde moeten worden gerekend, ongeacht de civielrechtelijke kwalificatie van de overeenkomst. De factuur van de expediteur vormt een objectieve en meetbare basis voor de berekening van de vervoerskosten.
Daarmee werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De kostenveroordeling werd niet toegewezen. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat alle vervoerskosten, inclusief de expediteursfactuur, tot de douanewaarde behoren.