Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 1995 gehuwd en leven sinds maart 2011 gescheiden. De vrouw woont met de kinderen in de voormalige echtelijke woning en ontvangt een arbeidsongeschiktheidsuitkering. De man is maat in een maatschap en betaalt de lasten van de woning.
De rechtbank had een partneralimentatie vastgesteld van ruim €9.600 per maand zolang de vrouw de woning bewoont en ruim €12.000 daarna. De man ging in hoger beroep en verzocht om een lagere alimentatie, het recht om zelf in de woning te verblijven en een gebruiksvergoeding van de vrouw.
Het hof oordeelt dat het belang van de vrouw bij voortgezet gebruik van de woning prevaleert vanwege haar zorg voor de kinderen en het ontbreken van vervangende woonruimte. Een gebruiksvergoeding is niet redelijk gezien haar beperkte financiële draagkracht. De draagkracht van de man wordt nauwkeurig vastgesteld op basis van zijn inkomsten en vermogen, waarna de alimentatie wordt vastgesteld op €3.595 per maand tijdens het gebruik van de woning door de vrouw en €6.615 daarna. De beschikking wordt in zoverre vernietigd en opnieuw vastgesteld.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt vastgesteld op €3.595 per maand zolang de vrouw de woning bewoont en op €6.615 per maand daarna, met voortgezet gebruik van de woning door de vrouw zonder gebruiksvergoeding.