Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van meerdere diefstallen en heling van cosmetica en sieraden. De kern van het geschil betrof de rechtmatigheid van een doorzoeking van de kofferbak en een tas in het voertuig van verdachte.
De verbalisant hield het voertuig staande op grond van een verkeerscontrole en informatie over betrokkenheid van inzittenden bij vermogensdelicten. Zonder expliciete toestemming doorzocht hij de kofferbak en een geprepareerde tas, wat het hof onrechtmatig achtte. Dit vormverzuim leidde tot bewijsuitsluiting van het bewijsmateriaal dat rechtstreeks uit deze doorzoeking voortkwam.
Als gevolg daarvan sprak het hof verdachte vrij van het primair ten laste gelegde feit, een grote winkeldiefstal. Voor de overige feiten, waaronder meerdere diefstallen van parfums, cosmetica en sieraden, achtte het hof het bewijs wel toereikend en veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van vijf maanden, met aftrek van voorarrest.
De benadeelde partij Drogisterij Verberne BV werd in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard omdat de schade verband hield met het vrijgesproken feit. Het hof legde tevens de teruggave van het in beslag genomen voertuig aan verdachte op.