Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn gescheiden en hebben drie kinderen. De man is verplicht tot betaling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen. Na een verkeersongeval in 2007 is de man gedeeltelijk arbeidsongeschikt geraakt en ontving hij een schadevergoeding. Hij betwistte zijn draagkracht om de kinderbijdrage te betalen vanaf 1 oktober 2010.
Het hof oordeelt dat de man onvoldoende heeft onderbouwd waaraan hij de schadevergoeding heeft besteed. Gezien zijn WGA-uitkering, pensioenuitkering en verdiencapaciteit van minimaal €739 bruto per maand tussen 1 oktober 2010 en 1 januari 2013, had hij de kinderbijdrage van €500 per maand kunnen voldoen. Vanaf 1 januari 2013 is zijn inkomen echter zo laag dat hij geen bijdrage kan betalen.
Het hof vernietigt daarom het deel van de beschikking dat ziet op de bijdrage vanaf 1 januari 2013 en stelt deze op nihil, terwijl de rest van de beschikking wordt bekrachtigd. De man heeft het bewijs geleverd dat hij alles doet om zijn inkomen te verhogen, maar is financieel niet in staat bij te dragen.
Uitkomst: De kinderbijdrage wordt vanaf 1 januari 2013 op nihil gesteld, maar voor de periode daarvoor blijft de bijdrage van €500 per maand gehandhaafd.