ECLI:NL:GHAMS:2014:2116
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging veroordeling voor invoer cocaïne ondanks verweren verdediging
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Haarlem waarin verdachte was veroordeeld voor invoer van cocaïne. De zaak werd onderzocht op de terechtzitting van 6 mei 2014 en het hof nam kennis van de vordering van de advocaat-generaal en de verweren van de raadsman.
De verdediging voerde drie hoofdverweren aan: dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege het feit dat verdachte op een zwarte lijst van KLM stond, dat de aanhouding onrechtmatig was vanwege tegenstrijdige verklaringen over de taalbeheersing van een medeverdachte, en dat bewijsuitsluiting en vrijspraak moesten volgen omdat verdachte pas na een lijfsvisitatie het recht op een advocaat werd medegedeeld.
Het hof verwierp deze verweren. De zwarte lijst had onvoldoende verband met de strafzaak om niet-ontvankelijkheid te rechtvaardigen. De vermeende gebreken bij de aanhouding van de medeverdachte waren onvoldoende onderbouwd om gevolgen voor de zaak van verdachte te hebben. De lijfsvisitatie en aanhouding van verdachte voldeden aan de wettelijke vereisten en er was geen sprake van onrechtmatige dwangmiddelen.
Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde verdachte tot dezelfde straf als in eerste aanleg opgelegd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de veroordeling voor invoer van cocaïne en verwerpt de verweren van de verdediging.