ECLI:NL:GHAMS:2014:240
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.M.A. Gerritzen-Gunst
- A.V.T. de Bie
- J.C.E. Ackermans-Wijn
- Rechtspraak.nl
Verzoek om vervangende toestemming erkenning minderjarige afgewezen wegens psychische schade moeder
Partijen hadden een relatie waaruit een minderjarige dochter is geboren. De vader is de verwekker maar heeft het kind niet erkend. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit en vreest dat erkenning door de vader haar ongestoorde verhouding met het kind schaadt vanwege zijn verleden van geweld, verslaving en detentie.
De rechtbank had toestemming gegeven voor vervangende erkenning, maar de moeder ging in hoger beroep. De vader verblijft in een forensisch psychiatrische kliniek en volgt een behandeling. Hij stelt dat hij vooruitgang boekt en contact met zijn dochter wil zodra zijn situatie verbetert.
De bijzondere curator adviseerde bekrachtiging van de beschikking, stellende dat de vader zich positief ontwikkelt en geen gevaar meer vormt. Het hof oordeelt echter dat de angst van de moeder gegrond is gezien het verleden en haar psychische kwetsbaarheid. De erkenning zou haar in een onevenwichtige toestand brengen, wat het stabiele opvoedingsklimaat voor het kind bedreigt.
Daarom vernietigt het hof de beschikking en wijst het verzoek van de vader af, waarbij het belang van het kind en de moeder zwaarder weegt dan het recht van de vader op erkenning.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader om vervangende toestemming voor erkenning af vanwege het risico op psychische schade bij de moeder en het daarmee gepaard gaande onstabiele opvoedingsklimaat voor het kind.