ECLI:NL:GHAMS:2014:2455
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schadevergoeding voorlopige hechtenis minderjarige
Verzoeker, minderjarig ten tijde van zijn voorlopige hechtenis, vroeg vergoeding van €105 voor de schade door inverzekeringstelling. De rechtbank kende slechts de helft toe, €52,50. Het hof nam kennis van het dossier en hoorde de advocaat-generaal en advocaat, waarbij verzoeker niet verscheen.
Verzoeker werd op 16 juli 2012 aangehouden op verdenking van woninginbraak, waarbij een videorecorder was gestolen. Tijdens verhoor maakte hij gebruik van zijn zwijgrecht. Het hof oordeelde dat zijn proceshouding heeft bijgedragen aan de duur van de vrijheidsbeneming, waardoor geen billijkheidsggronden voor vergoeding bestonden.
Hoewel het hof niet uitsloot dat onder bijzondere omstandigheden een lagere vergoeding passend kan zijn, vond het enkel het minderjarig zijn onvoldoende reden om de forfaitaire vergoeding te halveren. De immateriële schade bij minderjarigen kan immers groter zijn, terwijl materiële schade lager is. Het hof vernietigde de eerdere beschikking en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schadevergoeding voor voorlopige hechtenis van de minderjarige af wegens eigen proceshouding en ontbreken van billijkheidsggronden.