ECLI:NL:GHAMS:2014:2465
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vergoeding voorlopige hechtenis minderjarige afgewezen
Verzoeker, minderjarig ten tijde van zijn voorlopige hechtenis, vorderde een vergoeding van €105,- voor de schade door inverzekeringstelling. De rechtbank kende slechts de helft toe, €52,50. Het hof nam kennis van het dossier en hoorde partijen, waarbij verzoeker niet verscheen.
Verzoeker was aangehouden op verdenking van woninginbraak en hield zich tijdens verhoren grotendeels zwijgend. Het hof oordeelde dat zijn proceshouding heeft bijgedragen aan de duur van zijn vrijheidsbeneming, waardoor geen billijkheidsggronden voor vergoeding aanwezig zijn. Het hof vernietigde daarom de eerdere beschikking en wees het verzoek af.
Daarnaast overwoog het hof dat het enkele feit dat verzoeker minderjarig was onvoldoende reden is om een lagere vergoeding dan het forfaitaire bedrag toe te kennen. De forfaitaire vergoeding bevat zowel materiële als immateriële schadecomponenten, waarbij immateriële schade bij minderjarigen juist substantieel kan zijn. Richtlijnen maken geen onderscheid tussen meerderjarigen en minderjarigen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vergoeding van voorlopige hechtenis af wegens ontbreken van billijkheidsggronden.