Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
Het hof is, anders dan de kantonrechter, van oordeel dat het bewijsvermoeden met de getuigenverklaringen van [appellant] en zijn echtgenote wèl is ontzenuwd.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak staat de nietigheid van een effectenleaseovereenkomst tussen appellant en Dexia centraal, waarbij de echtgenote van appellant de nietigheid heeft ingeroepen wegens het ontbreken van haar schriftelijke toestemming. Dexia stelde zich op het standpunt dat de vordering tot vernietiging was verjaard, omdat de echtgenote eerder dan drie jaar voor de vernietigingsbrief op de hoogte was van de overeenkomst.
De kantonrechter had een bewijsvermoeden aangenomen dat de echtgenote bekend was met de overeenkomst, omdat betalingen vanaf een en/of-rekening op naam van appellant en zijn echtgenote werden verricht. Appellant voerde tegenbewijs aan en deed getuigenverklaringen. Het hof oordeelde anders dan de kantonrechter en vond dat het bewijsvermoeden met de getuigenverklaringen was ontzenuwd.
De getuigenverklaringen gaven aan dat appellant zijn echtgenote in april/mei 2004 informeerde over de leaseovereenkomst, maar dat zij geen betrokkenheid had bij de financiële administratie en zich niet interesseerde voor de details. Dexia kon onvoldoende feiten aandragen om te bewijzen dat de echtgenote eerder dan drie jaar voor de vernietigingsbrief daadwerkelijk op de hoogte was.
Het hof vernietigde het eindvonnis van de kantonrechter en verklaarde de leaseovereenkomst rechtsgeldig vernietigd. Dexia werd veroordeeld tot terugbetaling van de door appellant betaalde bedragen, verminderd met ontvangen bedragen en vermeerderd met wettelijke rente. Tevens werd Dexia veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof verklaart de effectenleaseovereenkomst rechtsgeldig vernietigd en veroordeelt Dexia tot terugbetaling met wettelijke rente en proceskosten.