ECLI:NL:GHAMS:2014:2750
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over omgangsregeling en gezamenlijk gezag vader en moeder over minderjarige
Het geschil betreft het hoger beroep van de vader tegen een beschikking van de rechtbank Haarlem waarin zijn verzoeken tot gezamenlijk gezag en een omgangsregeling met zijn minderjarige kind werden afgewezen. De moeder oefent het eenhoofdig gezag uit en het kind verblijft bij haar.
Het hof constateert dat de vader zijn verplichting om omgang tot stand te brengen heeft verzaakt, onder meer doordat hij de intake-kosten bij het Omgangshuis niet heeft betaald, waardoor het traject werd stopgezet. De omgangspogingen zijn herhaaldelijk mislukt door zijn onbetrouwbaarheid, wat het draagvlak tussen partijen heeft geschaad. Het hof oordeelt dat verdere pogingen tot omgang in strijd zijn met het zwaarwegend belang van het kind, en bevestigt daarom de afwijzing van het omgangsverzoek.
Ten aanzien van het verzoek tot gezamenlijk gezag overweegt het hof dat de communicatie tussen partijen ernstig verstoord is en dat het kind daardoor risico loopt. Gezien het belang van het kind wordt het verzoek tot gezamenlijk gezag eveneens afgewezen. De man wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot omgang en gezamenlijk gezag en veroordeelt de vader in de proceskosten.