Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Inhoud van het verzoek
2.Procesverloop
3.Beoordeling van het verzoek
€ 550,-, zijnde het daarvoor geldende standaardbedrag.
4.Beslissing
€ 550,- (vijfhonderdvijftig euro).
Gerechtshof Amsterdam
Verzoekster heeft bij het Gerechtshof Amsterdam een verzoek ingediend op grond van artikel 591a Sv tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand ter hoogte van €165.628,74, gemaakt in verband met haar strafzaak. Deze kosten zouden zijn betaald door een derde partij namens haar.
De advocaat-generaal heeft het verzoek primair afgewezen omdat niet is aangetoond dat de kosten ten laste van verzoekster zijn gekomen. Subsidiair werd gesteld dat de vergoeding sterk gematigd zou moeten worden vanwege onvoldoende inzicht in de declaraties.
De voorzitter heeft vastgesteld dat verzoekster niet heeft onderbouwd dat zij de kosten daadwerkelijk heeft gedragen. Er is geen inzicht gegeven in de financiële verhouding tussen verzoekster en de derde die de betalingen heeft gedaan. Ook na verzoek om nadere onderbouwing is deze niet geleverd. Daarom is het verzoek afgewezen.
Wel is op grond van billijkheid een standaardvergoeding van €550,- toegekend voor de kosten van het verzoekschrift zelf. Het verzoek tot vergoeding van overige kosten is afgewezen wegens gebrek aan bewijs dat deze kosten ten laste van verzoekster zijn gekomen.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding proceskosten afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat kosten door verzoekster zijn gedragen; wel standaardvergoeding van €550 toegekend.