Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
terme de grâcevan maximaal drie maanden, ingaande per 16 mei a.s. Dit houdt in dat MSW uiterlijk op 16 augustus 2013 de Lening volledig dient te hebben afgelost, en de Bank gedurende deze
terme de grâcevooralsnog haar rechten niet zal uitoefenen indien en voorzover MSW aantoonbare inzet vertoont in het arrangeren van volledige aflossing van de Lening op korte termijn en de Bank hieromtrent met voldoende regelmaat informeert. (…)”
primair
“Voorts dat de geldlening op de nieuwe rentedatum 16 mei 2013 volledig zal worden afgelost, tenzij anders wordt overeengekomen”sluit volledig aan bij de overeenkomst van geldlening van 10 augustus 2002 waarin in artikel 3.1 dezelfde formulering wordt gebruikt. Deze formulering staat duidelijk in het teken van de daaraan voorafgaande bepaling onder 2, inhoudende dat de lening een looptijd heeft tot uiterlijk 9 juni 2023. In deze betekenis heeft MSW de brief van 20 mei 2003 dan ook redelijkerwijze mogen opvatten. Op de verklaring van Keijzers, waarop Artesia zich beroept, zal hierna (onder 3.8) worden ingegaan.
“zijnde de periode gedurende welke de overeengekomen rente ongewijzigd blijft”.Hieruit blijkt dat een overeengekomen looptijd van de lening meerdere rentevastperiodes kan kennen. Het recht van Artesia om de schuld op te eisen bestaat, tenzij er (in deze zaak niet aanwezige) gronden zijn om de lening tussentijds te beëindigen, pas aan het einde van de looptijd (en nadat aan het overige in artikel 11 van Pro de Algemene voorwaarden bepaalde is voldaan).
vervroegdeaflossing ter gelegenheid van het einde van een rentevastperiode.
theoretische)looptijd tot 2023” maar maakt niet duidelijk wat daaronder, mede gezien het onderscheid met een rentevastperiode, moet worden begrepen. Weliswaar schrijft hij dat het aan beide partijen vrijstond om aan het einde van een nieuwe renteperiode “afscheid van elkaar” te nemen en dat dit expliciet ook zou zijn verwoord, maar zijn verwijzing naar de kredietoffertes maken dat niet duidelijk nu daarin juist niet expliciet is verwoord dat elk van partijen aan het einde van een nieuwe renteperiode zonder meer van de ander afscheid kan nemen en hij ook overigens niet duidelijk maakt dat en wanneer hij de thans in zijn voornoemde verklaring verwoorde strekking van de bepalingen voldoende duidelijk met WSW zou hebben besproken.