Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
De man is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland uit 2009 waarin hij werd verplicht een bijdrage te betalen voor de verzorging en opvoeding van zijn kinderen. Hij betoogde dat deze beschikking van meet af aan niet aan de wettelijke maatstaven voldeed omdat de rechtbank was uitgegaan van onjuiste of onvolledige gegevens over zijn financiële draagkracht.
Tijdens het huwelijk hadden partijen een dierenspeciaalzaak die na het uiteengaan van partijen werd gestaakt vanwege slechte financiële resultaten. De man had sindsdien een laag inkomen, mede door loonbeslag en schulden die voortvloeiden uit het huwelijk. Het hof stelde vast dat de man feitelijk op bijstandsniveau leefde en geen draagkracht had om alimentatie te betalen.
Het hof oordeelde dat de oorspronkelijke beschikking daarom vernietigd moest worden en de bijdrage vanaf 9 september 2009 op nihil moest worden vastgesteld. Daarbij werd bepaald dat voor zover de man meer had betaald of er meer op hem was verhaald, dit in mindering zou worden gebracht. Het hof wees het verzoek van de vrouw om kostenveroordeling af en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt met terugwerkende kracht vanaf 9 september 2009 op nihil gesteld wegens gebrek aan draagkracht van de man.