ECLI:NL:GHAMS:2014:2946
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksvermogensbestanddelen na wijziging toepasselijk recht en beoordeling schulden en activa
Partijen, man en vrouw, zijn gehuwd sinds 2003 en hebben geen huwelijkse voorwaarden opgesteld. Het hof stelt vast dat het huwelijksvermogensregime tot 15 maart 2005 beheerst werd door Turks recht, waarna het Nederlandse recht van toepassing werd. Het hof beoordeelt de verdeling van vermogensbestanddelen en schulden over deze periode.
De man en vrouw verschillen van mening over de verdeling van de schuld aan DSB Bank, waarbij het hof oordeelt dat deze schuld gelijkelijk moet worden gedragen, met een compensatie door de vrouw aan de gemeenschap voor aflossing van haar privéschuld aan ABN AMRO. Verder wijst het hof verzoeken af over verrekening van premies en incassobedragen, en bepaalt het een vergoeding voor schade aan de voormalige woning en overbedeling bij toedeling van auto's.
De inventaris blijft eigendom van de vrouw, aangezien deze vóór het huwelijk aan haar toebehoorde onder Turks recht. Het hof vernietigt een onderdeel van de eerdere beschikking en bepaalt de financiële afwikkeling tussen partijen, waarbij de vrouw een bedrag van €7.532,- aan de man dient te voldoen.
Uitkomst: Het hof bepaalt een gelijke verdeling van de DSB-schuld, vergoeding van aflossing ABN AMRO door vrouw, vergoeding voor schade woning en financiële afwikkeling van auto’s.