Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Beoordeling
grieven 2, 3 en 4onbesproken blijven.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak vorderen appellanten een bijdrage van geïntimeerde in de kosten van funderingsherstel van een mandelige muur tussen hun panden. De rechtbank wees de vordering af omdat onvoldoende concreet was gesteld dat er een reëel en acuut gevaar bestond. Het hof oordeelt echter dat artikel 5:65 BW Pro van toepassing is op mandelige zaken en dat voor noodzakelijke vernieuwing van de fundering geen overleg met de mede-eigenaar vereist is.
De feiten tonen aan dat de fundering van de gemeenschappelijke muur ernstig was aangetast en dringend herstel behoefde, zoals blijkt uit rapporten van het stadsdeel en ingenieursbureaus. Appellanten hebben in september 2010 opdracht gegeven tot herstel en geïntimeerde heeft nooit expliciet bezwaar gemaakt. Het hof veroordeelt geïntimeerde tot een bijdrage in de herstelkosten, gebaseerd op een verdeelsleutel van 18%, maar acht de exacte hoogte van de bijdrage onvoldoende onderbouwd.
Daarom verwijst het hof de zaak naar de rol voor benoeming van een of meer deskundigen die de kostenverdeling nader zullen bepalen, waarbij partijen worden aangemoedigd tot overleg en het gezamenlijk voordragen van deskundigen. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat de deskundigenrapporten beschikbaar zijn.
Uitkomst: Het hof bevestigt de mandeligheid en veroordeelt geïntimeerde tot een bijdrage in de herstelkosten, met benoeming van deskundigen voor de exacte kostenverdeling.