Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
mr. R.A.M. Koolente Amsterdam,
WOONSTICHTING LIEVEN DE KEY,
mr. E. van der Hoedente Amsterdam.
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een hoger beroep van een huurder tegen de verhuurder De Key, na ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de sociale huurwoning. De huurder vordert onder meer toewijzing van vervangende woonruimte, huurvermindering wegens overlast en vergoeding van immateriële schade.
De kantonrechter had deze vorderingen reeds afgewezen. Het hof stelt vast dat de huurder na ontruiming passende woonruimte heeft betrokken bij zijn echtgenote en zich daar heeft ingeschreven, waardoor hij geen belang meer heeft bij toewijzing van een andere sociale huurwoning of vergoeding van verhuiskosten.
Ten aanzien van de huurvermindering wijst het hof op het gezag van gewijsde van eerdere uitspraken waarin geen overlast werd vastgesteld tot eind oktober 2007. De huurder heeft geen tijdig beroep gedaan op overlast na die datum, waardoor zijn vordering vervalt op grond van artikel 7:257 lid 1 BW Pro.
De vordering tot immateriële schadevergoeding faalt omdat geen concreet nadeel is gesteld of onderbouwd. Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst alle in hoger beroep geformuleerde vorderingen af, met veroordeling van de appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst alle vorderingen van de huurder af.