Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 1992 gehuwd en in 2005 gescheiden, met vier kinderen. De man was verplicht tot betaling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen. Na wijziging van omstandigheden heeft de rechtbank een nihilstelling van de bijdrage voor bepaalde kinderen vastgesteld. De vrouw ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof oordeelt dat sprake is van een wijziging van omstandigheden, waarbij de man onvoldoende draagkracht heeft om de onderhoudsbijdrage te voldoen. De man heeft een persoonlijke holding en een bedrijf dat verlies leed, waardoor hij weinig salaris kon uitkeren. Hij heeft zijn vermogen aangesproken en een lening van ouders ontvangen. De vrouw stelde dat de man onvoldoende openheid gaf, maar het hof achtte de financiële stukken voldoende inzichtelijk.
Het hof neemt het gemiddelde salaris van de man over de afgelopen drie jaar als uitgangspunt en houdt geen rekening met woonlasten of de lening bij ouders. Gezien de draagkracht en lasten is de man niet in staat om een bijdrage te betalen. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en wijst het hoger beroep van de vrouw af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en wijst het hoger beroep van de vrouw af wegens onvoldoende draagkracht van de man.