Uitspraak
1.[verzoeker 1],
[verzoeker 2],
mr. J.A. Endtz, kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. J.A. Endtz, kantoorhoudende te Amsterdam,
,kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. Y. Borrius, kantoorhoudende te Amsterdam.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak hebben verzoekers, aandeelhouders van twee besloten vennootschappen, verzocht om machtiging op grond van artikel 2:353 lid 3 BW Pro om het onderzoeksverslag uit een enquêteprocedure te mogen gebruiken in aanhangige civiele en strafrechtelijke procedures tegen een voormalig bestuurder en een notaris. Het onderzoeksverslag was opgesteld naar aanleiding van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van de vennootschappen vanaf september 2006.
De Ondernemingskamer overwoog dat het enquêterecht is bedoeld om openheid binnen de vennootschap te verkrijgen en dat het onderzoeksverslag in beginsel vertrouwelijk is. Het verslag mag slechts met machtiging van de voorzitter worden gebruikt voor mededelingen aan derden buiten de vennootschap. Verzoekers hebben onvoldoende toegelicht dat het belang van het gebruik van het verslag in de civiele en strafrechtelijke procedures verband houdt met de strekking van het enquêterecht.
Daarom heeft de voorzitter van de Ondernemingskamer het verzoek om machtiging afgewezen. Het verzoek om het verslag te gebruiken in procedures tegen de voormalig bestuurder in zijn hoedanigheid van executeur en bewindvoerder en tegen de notaris in haar hoedanigheid van boedelnotaris is niet gehonoreerd. De overige verweren behoefden geen behandeling.
Uitkomst: Het verzoek om machtiging tot het doen van mededelingen uit het onderzoeksverslag wordt afgewezen.