Partijen, gehuwd in Griekenland in 1980, zijn gescheiden waarbij het geschil zich richt op de afwikkeling van het huwelijksvermogen onder Grieks recht. De vrouw vordert een aandeel van 50% in de vermogensaanwas, terwijl de man dit betwist. Het hof stelt vast dat het toepasselijke recht Grieks huwelijksvermogensrecht is, waarbij het stelsel van scheiding van goederen met gemeenschap van aanwinsten geldt.
De vrouw heeft aannemelijk gemaakt dat zij substantieel heeft bijgedragen aan de vermogensaanwas, maar niet in die mate dat haar meer dan een derde toekomt. De waarde van diverse vermogensbestanddelen, waaronder onroerend goed en ondernemingen, is vastgesteld op basis van taxaties en stellingen van partijen. De woning in Nederland wordt aan de vrouw toegewezen onder betaling van een bedrag aan de man wegens overbedeling.
Daarnaast wordt de man verplicht mee te werken aan de levering van zijn aandeel in de woning en het verstrekken van pensioen- en verzekeringsgegevens aan de vrouw, met een dwangsom bij niet-naleving. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de man dient binnen twee weken het vastgestelde bedrag aan de vrouw te betalen.